GEZOND: 'Ik dacht dat het bij mij niet zo'n vaart zou lopen'

woensdag 9 augustus 2006

De 33-jarige Marco Melenhorst heeft ALS, een neurologische aandoening die nog niet is te genezen. Het is een ziekte die zich razendsnel uitbreidt; gemiddeld leeft een patiënt na de diagnose nog maximaal vijf jaar. ,,Je hoort wel dat mensen die ongeneeslijk ziek zijn nog graag een wereldreis willen maken. Dat ideaal heb ik niet. Het liefst zou ik één dag leven zoals ik deed voordat ik ziek werd.’’ Zijn verhaal.

,,Het begon met krachtverlies in mijn armen. Ik kon niet meer goed sturen in de auto, kon geen zware pannen meer tillen, aankleden werd lastiger en op school, ik stond voor de klas, werd het steeds moeilijker om op het bord te schrijven. Na een maand of drie ben ik naar de huisarts gegaan, maar die wist ook niet direct wat het was. Zij heeft me naar een fysiotherapeut gestuurd, om te bepalen of het aan mijn bewegingsapparaat lag. Maar het werd snel duidelijk dat dat het niet was. Toen ben ik doorgestuurd naar de neuroloog en die heeft allerlei lichamelijk en bloedonderzoeken gedaan. Omdat de uitslagen daarvan een week of zes later zouden komen, kon ik naar huis. Maar het ging snel slechter en slechter. In de kerstvakantie verleden jaar ben ik opgenomen. Toen werd nog gedacht dat een bacterie of ontsteking de boosdoener was."

Onderzoeken

,,25 januari 2006. Na een maand van allerlei onderzoeken in een ziekenhuis in Zwolle, waar van alles moest worden uitgesloten, ben ik doorgestuurd voor nader onderzoek naar het UMC in Utrecht. Daar kwamen ze uiteindelijk op die datum met de diagnose ALS. Dat deden ze trouwens heel goed, ze hadden er alle tijd voor me genomen en nog kan ik met vragen altijd bij ze terecht. Ik had wel eens van ALS gehoord, de man van een nicht van mij is er aan overleden, maar ik had geen idee wat de impact ervan is. Ik ben later wel op internet gaan kijken, daar word je niet vrolijk van. In Utrecht zeiden ze in de eerste instantie dat het mogelijk om een mildere vorm van een spierziekte kon gaan, uiteindelijk bleek het helaas ALS”.

,,Het eerste wat ik aan de dokter vroeg was hoelang je hiermee kunt leven. Waarop zij zei dat de gemiddelde levensverwachting volgens de cijfers drie tot vijf jaar is. Mijn eerste reactie was ontkenning. Ik dacht dat het bij mij niet zo'n vaart zou lopen of dat de artsen het nog wel eens mis zouden kunnen hebben. Ik ben wel op internet gaan zoeken naar informatie, daar word je niet vrolijk van. Maar ik leefde in een soort roes."

Inleveren

,,Ik ben snel achteruit gegaan. Mijn onderarmen werden zwakker, ik kreeg moeite met eten omdat mijn vingers verkrampten en snel at ik van aangepast bestek. Op een gegeven moment stort je wereld wel in. Ik besefte wat ik allemaal moest inleveren. Ik was altijd druk. Ik voetbalde, trainde, dartte, squashte, liep hard, stond vijf dagen per week voor de klas, deed 's avonds nog wat schoolwerk en studeerde pedagogiek. Ik was, net zoals iedereen, bezig met de toekomst, ik had plannen. Nu doe ik op arbeidstherapeutische basis aan gepast werk op school, doen familieleden boodschappen en ga ik een paar keer per week naar een revalidatiecentrum de Vogellanden in Zwolle. En soms moet ik naar revalidatiecentrum de Hoogstraat in Utrecht, voor hulpmiddelen. Iedere dag word ik door de Thuiszorg geholpen met douchen, aankleden, ontbijten, scheren en aankleden en krijg ik eten via een organisatie. Het ziet er naar uit dat Thuiszorg binnenkort ook 's avonds komt helpen."

,, Ik krijg goede goede, professionele begeleiding en therapieën van zowel het revalidatiecentrum in Zwolle, waar ze een speciaal ALS-team hebben, als van Thuiszorg Zuidwest Overijssel. Dan is toch maar goed dat je in een land als Nederland leeft, waar dit goed georganiseerd is. Wat me wel tegen valt, is de trage afhandeling van aanvragen voor hulpmiddelen bij mijn zorgverzekeraar. Kennelijk dringt het niet bij alle zorgverzekeraars door dat het een uiterst progressieve aandoening betreft, met als gevolg dat ik over een tijdje een hulpmiddel heb, wat ik dan helaas al niet meer kan gebruiken. Zo blijf je achter de feiten aanlopen."

Complex

,,Ik woon alleen en dat maakt het wel complex. Ik moet altijd hulp inroepen en dat vind ik moeilijk, voel me bezwaard om dat te doen. Het liefst had ik het alleen gered, met hulpmiddelen. Maar dat heb ik maar een korte tijd volgehouden. Die afhankelijkheid vind ik het meest vervelend. De vraag is hoe lang ik zelfstandig kan blijven wonen. Ik weet niet hoe snel deze ziekte zich ontwikkelt en hoelang ik het dus zo in mijn eentje red. En ik weet ook niet of ik dit huis kan blijven betalen. Vanaf januari volgend jaar krijg ik nog maar zeventig procent van mijn inkomen uitbetaald, daarvan kan ik de hypotheek niet betalen. De consequentie zou dan zijn dat ik mijn huis moet verkopen. Ik heb een inkomensbeschermingsplan en ik hoop dat deze verzekering zal uitkeren. Wanneer ik wel door financiële omstandigheden mijn huis zou moeten verkopen, dan zou ik dat onrechtvaardig vinden, want ik vraag toch niet om deze ziekte! Ik woon hier zo fijn, ben hier geboren en getogen het is mijn eigen huis en ik zou het als een straf voelen als ik mijn huis zou moeten verkopen en mogelijk naar een andere plaats zou moeten verhuizen."

,,Ik heb mij wel eens afgevraagd waarom mij dit nou heeft moeten overkomen, wat ik verkeerd heb gedaan? Ik heb altijd goed geleefd; nooit gerookt, goed gegeten. Ik dronk wel eens een biertje, maar niet extreem en ik heb veel gesport. Het kan in zo'n tien procent van de gevallen erfelijk zijn, maar dat is in mijn geval niet zo. De enige hypothese die op mij van toepassing kan zijn, is naar mijn idee stress en een wat onregelmatige leefstijl, ik maakte wel zestig tot zeventig uur per week. Maar waarschijnlijk is het een combinatie van factoren; voeding, genen, omgeving en spanning."

Hoop

,,Ik ben nu veel bezig met de vraag hoe ik ervoor kan zorgen dat het ziekteverloop vertraagt. Ik hoop op een medische doorbraak. Er is nog geen medicijn tegen ALS. Ik doe wel mee aan een medicijnonderzoek momenteel, maar ik weet niet of ik een testmiddel of een placebo krijg. Misschien helpt het wel. Als ik niet had deelgenomen, was ik mogelijk harder achteruit gegaan. Er valt niets van te zeggen. Laatst zag ik op televisie een reportage over een veelbelovend stamcelonderzoek, maar dat zou mogelijk pas over 25 jaar iets voor ALS-patiënten kunnen betekenen. Daarvan was ik wel even van mijn stuk, ja. Ik heb toch hoop. Ik overweeg wel om ook het alternatieve circuit te verkennen. Misschien dat daar iets te vinden is dat helpt, een vitaminesupplement ofzo."

,,Ik probeer nog wel uit te gaan en zo gewoon mogelijk te leven, net als andere mensen. Je hebt hier van die tentfeesten, waar ik met mijn kameraden naartoe ga. Zij helpen me mijn portemonnee uit mijn kontzak te halen en munten te kopen. Met een speciale sling om mijn arm lukt het me om een glas vast te houden. En ik ben nu leider in plaats van speler van ons zaalvoetbalelftal. Daarnaast probeer ik andere sporten als wandelen, therapiezwemmen en fietsen, op een speciale ligfiets te beoefenen, minder leuk, maar je moet toch wat. Je kunt wel thuis gaan zitten, maar zo steek ik niet in elkaar''

,,Ik denk dat de tijd nu rijp is om andere mensen met ALS te ontmoeten. In de eerste instantie wilde ik dat niet. Ik ging ook niet naar de landelijke ALS-dag, omdat je daar ook mensen ontmoet die in een verder stadium verkeren. Daar had ik geen behoefte aan. Maar binnenkort word ik via het revalidatiecentrum in contact gebracht met iemand die ongeveer nog hetzelfde kan als ik. Hij is wel ouder, maar het misschien toch wel goed om er ervaringen mee uit te wisselen. Je loopt toch tegen praktische problemen aan en je kunt misschien wel van elkaar leren. En misschien ontstaat er een vriendschap uit."

Meer weten? Klik hier hier